 |
| DIE EBURONEN VOR ATUATUCA |
Freitag, 30. 07. 2010 |
Eburonen, Volksstamm in der Provinz Gallia Belgica, dessen Siedlungsgebiet zwischen Maas und Rhein lag und die nördlichen Ardennen, die Eifel und die Bördenlandschaften umfaßte. Caesar weist sie den Germani Cisrhenani zu (Caes. Gall. 2,4), als deren bedeutendster Stamm sie galten; sie waren Klienten der Treverer im Süden.

Das Haupt-Stammesgebiet der Eburonen lag zwischen Rhein und Maas, in der Landschaft der heutigen EUREGIO.

Man nimmt an, dass die Eibe die heilige Pflanze der Eburonen gewesen sei und erklärt dementsprechend sowohl den Namen des Ambiorix (vielleicht 'König der Eiben rundum') als auch den Namen des ganzen Stammes, der freilich auch 'Eberleute' bedeuten könnte.
Les Ébnuros, peuple de Gaule Belgique peut-être d'origine germanique, occupaient la région au nord des Ardennes, dans le bassin de la Meuse et jusqu'au Rhin (Cologne). Ils avaient pour voisins les Nerviens, les Atuatuques, les Trévires et les Rèmes. Leur oppidum était Atuatuca, preuve d'une alliance ou d'une occupation par les Atuatuques. Les Éburons étaient les clients des Trévires. César est obligé de les exterminer en 53 avant J.-C. lorsqu'une révolte éclate en pays trévire sous la conduite d'Ambiorix. César (BG. II, 4 ; IV, 6 ; V, 24, 28, 29, 39, 47, 58 ; VI, 5, 31, 32, 32, 34, 35). Tite-Live (Ep. 106). Strabon (G. IV, 3) .
Eburones. - The greater part of their country was between the Rhine and the Meuse (v, 24, §4); so we may infer that the remaining part was west of the Meuse. Their neighbours on the south were the Treveri, the Segni, and the Condrusi (vi, 32, §1); on the north the Menapii (33, §§1 - 2), and on the south-west the Atuatuci (v, 38, §1). Their territory may also have been conterminous on the west with that of the Nervii. But it is impossible to define the frontiers of any of these people except perhaps the Nervii, and therefore it is impossible to define the frontier of the Eburones. We only know that it extended westward of Bonn and Cologne and included parts of the provinces of Limbourg and Liege (C.G., p.387).

Old Ambiorix
Unter ihren Führern Ambiorix und Catavolcus fügten die Eburonen den Truppen Caesars im Jahre 54 v. Chr. eine der schwersten Niederlagen zu. Die Rachefeldzüger der Römer in den folgenden Jahren führten zur vollständigen Zerschlagung des Stammes, eine vollständige Ausrottung ist aber unwahrscheinlich. Ein Teil der Eburonen wurde von anderen Stämmen, den Tungri und Ubii, absorbiert, wobei letztere unter der Statthalterschaft des Agrippa (seit 38 v. Chr.) auch in das ehemalige Stammesgebiet der Eburonen umgesiedelt wurden. Es wird vermutet, daß die Sunici Reste der Eburonen bildeten.
In der Mitte des Gebiets der Eburonen (in mediis Eburonum finibus) lag, so Caesar (Gall. 6,23,3 f.), das castellum Atuatuca. Die häufig vorgeschlagene Identifizierung des Ortes mit dem heutigen Tongeren in Belgien, dem ehemaligen Hauptort der späteren Tungrer (civitas Tungrorum), ist unsicher und entsprechend in der Forschung umstritten. Dazu H. v. Petrikovits: "Tongeren liegt aber nicht etwa in der Mitte, nicht einmal 'inmitten' der Eburonen, sondern links der Maas, also bestenfalls am äußersten Westrand ihres Gebietes. Wir sehen bei diesem Sachverhalt nur zwei Lösungsmöglichkeiten: entweder ist die Angabe Caesars über die Gebietsausdehnung und die Lage ihres castellum falsch, oder Aduatuca (Tongern) lag nicht im Eburonengebiet, ist also nicht mit dem von Caesar angeführten Eburonen-Aduatuca identisch. Die einheimische Vorgängersiedlung des kaiserzeitlichen Aduatuca (Tongeren) müßte dann im Aduatukergebiet gelegen haben, also am ehesten das b.G. 2,29,2 f. genannte oppidum egregiae natura munitum der Aduatuker gewesen sein, das auch den Ortsnamen führte, wie aus dem Namen der in die Ebene verlegten Nachfolgesiedlung zu erschließen ist. Dann wären aber die Wohnsitze der Aduatuci hier und nicht etwa zwischen Lüttich und Namur gelegen, wie man vermutet hat."
Durch archäologische Untersuchungen lassen sich allerdings an mehreren Orten im Raum zwischen Maas und Rhein Siedlungsabbrüche um die Mitte des 1. Jahrhunderts nachgeweisen, die mit den römischen Angriffen gegen die Eburonen in Zusammenhang gebracht werden können: so in der Höhenbefestigung "Alter Burg" bei Kreuzweingarten (Kreis Euskirchen), der Anlage von Kreuzau-Winden (Kreis Düren) und der Siedlung von Niederzier im Bereich des Braunkohletagebaus Hambach
Eisenzeitliche (vorrömische) Siedlungsplätze in der Euregio
 Eisenzeitliche (vorrömische) Einzelfunde und Münzen in der Euregio

Überleger der eisenzeitlichen (vorrömischen) Funde und Siedlungsplätze in der Euregio

Beachten Sie die Fundkonzentrationen.
Deuten diese auf ein mögliches Siedlungsgebiet von Eburonen östlich,
respektive Atvatucern westlich der Maas?
Literatur:
* H. Beck - H. Jankuhn - R. Wenskus (Hrsg.), Reallexikon der germanischen Altertumskunde 6 (Berlin 1986) 348-350 s.v. Eburonen (G. Neumann)
* H.-E. Joachim, Die Eburonen - Historisches und Archäologisches zu einem ausgerotteten Volksstamm caesarischer Zeit, in: G. v.Büren - E. Fuchs (Hrsg.), Jülich: Stadt - Territorium - Geschichte, Festschrift zum 75jährigen Jubiläum des Jülicher Geschichtsvereins 1923 e.V., Jülicher Geschichtsblätter 67/68, 1999/2000 (Kleve 2000) 157-170
* H. Galsterer, Des Éburons aux Agrippiniens, in: Cahiers du Centre G. Glotz 3, 1992, 107-121
* F. Schön, Eburones, in: Der Neue Pauly 3 (Stuttgart 1997) 864
* M. Leglay, Eburones, in: Der Kleine Pauly 2 (Stuttgart 1967)190
[ 1 ] H. v. Petrikovits, Germani Cisrhenani, in: H. Beck - H. Jankuhn - R. Wenskus (Hrsg.), Ergänzungsbände zum Reallexikon der Germanischen Altertumskunde 1 (Berlin 1986) 92 f.

Keltische goudschat van Heers
De goudschat van Heers bestaat uit 102 Keltische munten die dateren van de 1ste eeuw voor Christus. Volgens experts werden ze geslagen vanaf 57 voor Christus, tijdens de veldtochten van de Romeinse generaal Julius Caesar in Gallië. Mogelijk zou het zelfs om geld van Ambiorix kunnen gaan, dat de vorst van de beroemde Eburonen liet slaan om zijn opstand tegen Caesar te financieren. Het gebruik om gouden munten te slaan, sijpelde enkele eeuwen voor het begin van onze tijdrekening vanuit het Middellandse-Zeegebied onze streken binnen. In Noord-Gallië werden Griekse en Macedonische munten nagemaakt die door Gallische huurlingen waren meegebracht. De eigen munten werden niet gebruikt om goederen mee te kopen. De waarde van deze munten was veel te hoog voor dagelijkse gebruik. De goudstukken dienden in de eerste plaats om (huur)soldaten te vergoeden, maar ook als diplomatieke giften en mogelijk als offer aan de goden.
In de 2de eeuw v.C. sloegen de Ambiani - die in het huidige Noord-Frankrijk rond Amiens woonden - al munten. Een eeuw later sloegen verscheidene Gallische stammen munten, al bestaan er heroïsche discussies onder experts over wie nu welke munten uitgaf. Geen wonder, want we beschikken nauwelijks over geschreven bronnen uit de tijd zelf. Algemeen neemt men aan dat de vorsten of de machtigste leden van een volk munt lieten slaan. Opvallend is dat het aantal gouden munten en muntschatten rond de periode van de Gallische Oorlogen (de veldtochten van Julius Caesar in Gallië, 58-51 v.C.) in onze streken fors toeneemt. Waarschijnlijk diende het geld om de soldaten te betalen die de lokale stammen samen op de been brachten om de Romeinse veroveraars te stoppen. De munten leken dan ook sterk op mekaar maar hadden toch aparte kenmerken, vermoedelijk per stam. Dat doen ze omdat ze bijna alle rechtsreeks of onrechtsreeks geïnspireerd zijn door staters van Filips II van Macedonië, de vader van Alexander de grote die veel keltische huurlingen in dienst nam. Na de Gallische Oorlogen en de Romeinse plunderingen droogde de "gouden" muntstroom in onze streken bijna helemaal op. Wel waren er nog lokale bronzen munten.

Ook de Eburonen - volgens Caesar een weinig machtig volk dat tussen de Maas en de Rijn woonde - sloegen in die tijd munten. De oudste dateren al van rond 75 v.C., maar het overgrote deel van de Eburonenstaters werd waarschijnlijk voor en tijdens de beroemste opstand van Ambiorix tegen Julius Caesar in 54v.C. geslagen. Dat wijst er op dat de opstand geen plotse opwelling, maar een goed geplande operatie was. De dichtstbij gelegen goudbron lag in het gebied tussen de Amblève, de Warche en de Salm. De keerzijde van de Eburonenstaters - met de afbeelding van een paard - waren afgeleid van een bepaald munttype van de Treviri, een van de buurvolkeren die in de omgeving van Trier woonde, terwijl de voorzijde - met een driebeen - was overgenomen van de Germanen. In het gebied van de Eburonen werden ook heel wat uitheemse munten aangetroffen: veel van de Nerviërs, maar ook van de Atrebati, Ambiani en Remii. Dat beeld lijkt door de goudschat van Heers bevestigd te worden: hier ging het om 78 munten van de Eburonen, 21 munten van de Nerviërs, één munt van de Treviri, één munt van de Veliocases en één onbeslagen muntplaatje.
Wanneer de goudschat precies geslagen en begraven werd, en door wie, zal wel nooit met zekerheid kunnen vastgesteld worden. Maar de munten zijn beslist geslagen naar aanleiding van de campagne. Erg opvallend is dat het leeuwendeel van de Eburonenstaters - 61 in totaal - afkomstig is van dezelfde muntstempel en de meeste munten relatief "vers" waren. Dat is erg uitzonderlijk. Ook de meeste munten van de Nerviërs kwamen van slechts 3 muntstempels, wat er op wijst dat de schat echt samenhoorde. De aanmunter was waarschijnlijk een Eburoon, iemand uit de hoogste kringen, mogeljik Ambiorix zelf. Aangezien er geen elementen gevonden zijn om de goudschat als een religieuze gift te identificeren, vermoeden experts dat het om geld ging waarmee een aantal huurlingen moest betaald worden. Mogelijk werd het in afwachting snel begraven, maar door een noodsituatie achtergelaten. In ieder geval legt de goudschat de directe link met de tijd van Ambiorix. Kortom, een perfecte aanwinst voor het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Experts vermoeden dat er ooit meer dan een miljoen Eburonenstaters werden geslagen, daarvan werden er - voor zover bekend - slechts 160 teruggevonden. Het museum is nu de trotse bezitter van de helft daarvan.
Het Belang van Limburg, donderdag 21 juni 2001 - Koenraad NIJSSEN
Keltische goudschat ontdekt bij Maastricht
De fles champagne ging meteen open, zegt prof. Nico Roymans, hoogleraar archeologie aan de VU in Amsterdam. Het was een jongensdroom. Een topper. Roymans leidde de opgraving van een Keltische goudschat uit de 1ste eeuw v. Chr. op een maïsakker bij Maastricht. Het was voor het eerst dat er een dergelijke verzameling munten in Nederland werd gevonden. De schat omvat 109 munten, waarvan 39 gouden en 70 zilveren.
Archeologen van de VU en de gemeente Maastricht ontdekten de goudschat in een kuil op 65 centimeter diepte. Ze waren in oktober op de akker in de wijk Amby ten oosten van Maastricht gaan graven na een melding van detectorhobbyist Paul Curfs. Deze had in het voorjaar enkele verspreid liggende gouden en zilveren Keltische munten gevonden. Waarschijnlijk waren die bij het ploegen losgeslagen van de schat. De schat was vermoedelijk verpakt in een buidel van textiel of leer, want er is geen aardewerk gevonden. De gouden munten worden toegeschreven aan de Eburonen, een aan de Kelten verwant volk in Belgisch Limburg en Zuidoost-Nederland, dat door Caesar Germanen werd genoemd. De zilveren regenboogschoteltjes zijn waarschijnlijk afkomstig van volksstammen uit het Rijngebied.

Swastika Op de bolle voorkant van de gouden munten is een triskeles of driebeen afgebeeld, een zonneradsymbool dat doet denken aan de swastika. De holle achterkant vertoont een paardje. De archeologen denken dat het lokale munten zijn, geslagen in de regio Tongeren/Maastricht.
De zilveren regenboogschoteltjes, die sporen van goud bevatten, zijn importmunten, afkomstig uit het Duitse Hessen en het gebied van de Bataven in wat nu de Betuwe heet. Op de voorkant is eveneens een driebeen afgebeeld; op de achterkant een piramide van ringen en puntcirkels.
Raadsel Hoe de munten in Amby terecht zijn gekomen is nog een raadsel. Op de akker zijn geen sporen van bewoning aangetroffen. Daarom denkt Roymans dat de schat in het midden van de 1ste eeuw v. Chr. uit veiligheidsoverwegingen is verborgen vanwege de oorlogen die Caesar voerde tegen de Eburonen en volksstammen uit het Rijngebied.
De Keltische goudschat, zaterdag en zondag te zien in Centre Ceramique te Maastricht, duidt erop dat deze volkeren bondgenootschappelijke contacten hadden. Caesar was uit op wraak nadat de Eburonen in 54 v. Chr. onder leiding van hun koning Ambiorix anderhalf Romeins legioen in de pan hadden gehakt. Zijn oorlogen gingen door tot hij de Eburonen volgens Caesar volledig had uitgemoord.

©2010 | Atuatuca | Si non è vero, è ben trovato!
|